Werkgevers over de streep

Een kwart van de mensen met kanker raakt zijn baan kwijt en werkgevers zijn terughoudend om deze mensen weer in dienst te nemen. Met een pilot met de no-risk polis wil de overheid onderzoeken of hier verandering in te brengen is. Is de no-risk polis dé oplossing voor het verbeteren van arbeidsparticipatie onder mensen met kanker? Sietske Tamminga raadpleegde twee experts op het gebied van werken na een diagnose van kanker: Isabelle Lebrocquy en Ragna van Hummel, oprichters van respectievelijk oPuce en Re-turn. Op basis van hun expertise beantwoordt zij voor u vier vragen over de no-risk polis.

1. Wat is de aanleiding van de no-risk polis?

In Nederland is wettelijk vastgelegd dat een zieke werknemer met een vast dienstverband gedurende 104 weken recht heeft op 70% van het loon. Als werkgevers vermoeden dat er een verhoogd risico is op langdurig of herhaald ziekteverzuim, kunnen zij daardoor terughoudend zijn om het contract van een verzuimende werknemer met kanker te verlengen, of zo iemand in dienst te nemen.

Werkgevers blijken vaak negatieve aannames te doen als het gaat om het vermogen om te kunnen werken na een diagnose van kanker. Daarnaast blijkt ook dat een op de vier mensen met kanker zijn baan verliest. Het is belangrijk om de arbeidsparticipatie van mensen met kanker te verbeteren: werk draagt onder andere bij aan een betere financiële situatie en het gevoel een bijdrage te leveren aan de maatschappij.

2. Wat houdt de no-risk polis in?

De no-risk polis houdt in dat een werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft als een werknemer die hij in dienst heeft ziek wordt. Het UWV keert dan bij ziekte een ziekte-uitkering uit waardoor de werkgever geen financieel risico loopt. De gedachte is dat dit werkgevers stimuleert tijdelijke contracten te verlengen van hun verzuimende werknemer met kanker en/of mensen met of na kanker in dienst te nemen.

3. Wie komt er in aanmerking voor de no-risk polis?

De regeling geldt voor een diverse groep mensen die langer dan een jaar verzuimen door ziekte:

  • mensen die ziek uit dienst zijn gegaan,
  • mensen die ziek zijn geworden in een uitzendbaan en
  • mensen die ziek zijn geworden tijdens hun WW-uitkering.

Daarnaast is de verwachting dat mensen die in loondienst zijn en langer dan een jaar ziek zijn, ook in aanmerking kunnen komen. Voor deze laatste groep is de verwachting dat de no-risk polis helpt om hen in het arbeidsproces te houden. Werkgevers hoeven immers geen financiële lasten te dragen. Wel houden zij de re-integratieplicht. Bovendien kunnen op deze manier werknemers verbonden blijven met hun werkgever en kunnen ze terugkeren naar hun vertrouwde werkplek.

4. De resultaten van de no-risk polis laten nog enige tijd op zich laten wachten. Wat zijn in de tussentijd belangrijke adviezen voor zorgprofessionals?

Mensen zoeken vaak pas hulp, als hun problemen op het gebied van werk al heel groot zijn. Zorgprofessionals zouden vroegtijdig moeten vragen naar eventuele problemen op het gebied van werk en doorverwijzen naar juiste ondersteuning. Zo kan sneller hulp geboden worden en kunnen ernstigere problemen op de lange termijn voorkomen worden. De begeleiding die Lebrocquy en Van Hummel geven op het gebied van werk is altijd complementair aan de oncologische en geestelijke gezondheidszorg. Bovendien kan zo niet alleen de werknemer, maar ook de werkgever ondersteund worden, wat de kansen op succesvolle werkhervatting aanzienlijk vergroot.

De pilot met de no-risk polis is niet dé oplossing maar lijkt een belangrijk middel om na te gaan of de arbeidsparticipatie van een grote groep mensen met kanker verbeterd kan worden. Helaas vallen sommige groepen mensen met kanker, zoals jongeren zonder arbeidsverleden en zelfstandigen, buiten de doelgroep van de pilot. Daarvoor is het van belang te onderzoeken welke oplossingen hen zouden kunnen helpen om hun arbeidsparticipatie te bevorderen.

Bron: Psychosociale Oncologie, Sietske Tamminga, Jaargang 24.